Search

Studio Soso

Category

Persoonlijk

Persoonlijk: Pasen

– Door Eva

Schermafbeelding 2017-04-20 om 22.26.49

Op de ochtend van Pasen moest ik wenen. Ik probeerde de tranen tegen te houden omdat ik het A. te cliché vind om te huilen op zon- en feestdagen en B. ik net make-up had opgedaan en geen zin had om mijn gezicht opnieuw te wassen.

Ik voelde mij verdrietig omdat we nog geen kindje hebben, omdat we al zo lang in die ‘nog-niet’-fase zitten. Nog-niet-beginnen, nog-niet-zwanger, nog-niet-mama.

Na het wenen reden we naar mijn grootouders. Daar voelde ik mij langzaam opnieuw ‘heel-veel’ worden. Heel-veel-kleindochter, heel-veel-vriendin, heel-veel-dochter, heel-veel-lief-en-zus-en-meti. Heel-veel-mezelf, kortom.

Persoonlijk: vaarwel, Kleine Henkie

– Door Eva

Wie mijn getekende column ‘Eva’s gedacht’ leest, kent Henkie, onze goudvis. Maar euh, wereldschokkende bekentenis: wij hebben eigenlijk twee goudvissen. Kleine Henkie en Grote Henkie. Grote Henkie heeft veel wit en een dikke buik, Kleine Henkie is oranje en zegt ‘hallo’ door blubjes te doen met zijn mond tegen het glas.

We hebben onze vissen al meer dan vijf jaar. Onze eerste huisdieren in ons eerste huisje. De Henkies verhuisden twee keer mee en leerden drie katten kennen. Eerst Saga, die het leuk vond om de vissen onder te duwen met zijn pootje. Roloog. Toen kwam het kippengaas over het aquarium. Daarna Soso, die het leuk vindt om op het kippengaas te liggen kijken naar de vissen. Dubbel roloog. En nu ook Siepie, die het fantastisch vindt om op het kippengaas te liggen en de Henkies te ‘pakken’ door met zijn poten tegen het glas te slaan. Triple roloog en ook ‘NEEN!’

Zondag ging Kleine Henkie dood. We schepten hem voorzichtig uit zijn wereld. Bert vouwde een doosje van papier. Ik schreef er iets op. In het enige stukje grond van onze koer groef Bert een put. We legden het doosje erin. ‘Wil je nog wat zeggen?’ vroeg ik aan Bert. Hij weende en toen knuffelden we elkaar. Zwijgend deden we grond over het doosje.

De volgende dag zei ik plots: ‘Hij was echt zó oranje.’ ‘Ja,’ zei Bert. ‘Dat was hij echt.’ Liefde hoeft niet altijd poëtisch te zijn.

kleinehenkie

Herbeginnen.

– Door Eva

Ik bel. We praten over mijn planten en haar vijver. Dan vraag ik hoe het met haar gaat.

– Ja, dat gaat. Ik voelde mij de laatste tijd ongeduldig, nerveus. Maar ik ben herbegonnen met yoga. En nu gaat het beter.

– Ja! Ik voel mij de laatste tijd mentaal niet zo fit en laat mijn yoga liggen…

– Eva, je moét yoga doen. Je voelt je beter. Ik sta op, was mij en doe mijn yoga. Daarna maak ik ontbijt. Je begint fitter aan je dag.

– Ja, ik weet het…

– Doe je yoga.

Als je lieve mamie, die 84 jaar wordt in september, wél elke dag op haar yogamat staat, wat doe je dan?

Squaready20160717180244.jpeg

Juist, ja. Herbeginnen.

Persoonlijk: blijf mij lastigvallen, alsjeblieft.

– Door Eva

‘Ik denk dat ik gewoon… Een beetje… Mijn weerbots heb,’ hoorde ik mezelf gisteren snikken tegen mijn moeder. ‘Het laatste halfjaar is ook zo drúk geweest. Maar ik wérk zo graag, dat is mijn probleem. Ik teken gewoon heel graag.’ Mijn moeder, die me al weken probeerde op te peppen, antwoordde nu alleen maar: ‘Je tekent graag en veel en er is niemand die je zal tegenhouden om te tekenen. Het enige wat jou kan stoppen is een burn-out, en die heb je zelf in de hand.’

Mijn zoveelste huilbui kwam er nadat een vriendin vorige week had gezegd dat ze me niet sms’t of belt om af te spreken omdat ze soms het gevoel heeft dat ze mij lastigvalt, dat ze mij ‘ambeteert’. ‘Ik wil je niet telkens in dezelfde positie brengen. Dat ik je uitnodig, jij geen tijd hebt en ‘nee’ antwoordt en je daar dan schuldig over voelt.’ Ik wist niet goed wat ik met die informatie moest, dus vertelde ik over dat gesprek tegen mijn zus, die ik wekelijks zie en waarvan ik het gevoel heb dat ik echt mijn best doe om langs te gaan en af te spreken. Mijn zus antwoordde: ‘ah, ja. Dat gevoel heb ik ook bij jou.’

De gesprekken met mijn vriendin en zus galmden dagenlang door mijn hoofd. Eerst als feiten, relativerend. ‘Mijn vriendinnen erkennen dat ik veel werk en proberen mij te sparen.’ Daarna als echo’s, steeds beschuldigender en harder. ‘Mijn vriendinnen proberen mij te sparen. Dat is goed van hen. Maar ik ben slecht. Ik werk te veel. Ik doe mijn best niet in relaties. Ik doe sowieso te weinig mijn best. Ik ben een slechte vriendin, een slecht mens. Een egoïst. Ik ken niemand die zoveel werkt. Tot het uiterste gaat en daarna crasht. Ik ken niemand die het niet kan opbrengen om mensen te zien. Die sociaal contact uit de weg gaat. Die al dat geregel om tot een afspraak te komen ziet als gedoe. Een last. Mensen sms’en mij niet meer door mijn eigen, domme schuld. Ik werk te veel, denk alleen maar aan mezelf. Ik zou ook niet meer sms’en naar een vriendin die alleen maar over haar werk kan praten, die niets meemaakt, die…’

Omdat ik al jaren periodes heb waarin ik me psychisch niet oké voel en daar vorig jaar voor in therapie ben geweest, herkende ik dit keer vroeg de signalen. De verwijten die ik mezelf maak, mezelf opsluiten, mensen uit de weg gaan, onzekerheid, iedereen ontwijken, slecht slapen, me slecht voelen (zelfs over mijn werk), geen yoga meer doen, stoppen met lopen, me door de dag slepen. En het allerergste: het gevoel hebben dat ik alleen sta met die gedachten. Me volledig een en eenzaam voelen in en met mijn gedachten.

Dus kwam mijn moeder langs. En barstte ik in huilen uit. En begreep zij mij. En zei ze: ‘Je tekent graag en veel en er is niemand die je zal tegenhouden om te tekenen. Het enige wat jou kan doen stoppen is een burn-out, en die heb je zelf in de hand.’

De dag nadien googelde ik ‘Symptomen overspannen zijn’. Ik kwam uit op lijsten met signalen en symptomen. ‘Van de 7 signalen heb ik er 8,’ grapte ik op Twitter. Maar het was wel echt zo. Ik herkende me in alle signalen (Spierpijn, slaapproblemen, prikkelbaar zijn, overmatig piekeren, geen energie, weinig concentratievermogen en sociaal contact uit de weg gaan). Die signalen zwart op wit zien staan, was (nog maar eens, een mens leert traag) een eyeopener. Ik dacht: He, ik bén helemaal niet zo, asociaal zijn is niet wie ik bén of hoe ik ben geworden. Ik ben gewoon compleet overspannen.

Dat ik die spanning niet bén, troost mij en geeft mij kracht. Spanning kun je uit je lichaam kneden. Niet door naar de wellness te gaan of een manicure te nemen. Maar door échte zelfzorg. Even minder opdrachten aannemen. Minder prikkels op je af laten komen. Minder tijd op internet doorbrengen. Je wel naar de yogamat slepen. Gaan lopen. Terug structuur in je dag steken. Wél afspreken met mensen. Wél ‘zagen’ (= praten) over je gevoelens. Altijd contact proberen maken. Blijven vragen aan je omgeving: ‘ik wéét dat ik nu het initiatief niet neem. Maar blijf me ambeteren. Haal mij weg uit mijn huis, uit mijn gedachten. Laat mij zagen, en als ik zeg dat ik zaag, zeg mij dan dat het geen kwaad kan. Laat mij niet achter met mijn gedachten. Blijf mij lastigvallen, alsjeblieft.’

Schermafbeelding 2016-07-14 om 15.34.26

Persoonlijk: een Kiekeboe in’t gras

– Door Eva

Eva als kind
Ik als vijfjarige op het terras.

Als kind vond ik de zomers het mooist. Mijn zus en ik speelden ‘Vier op een rij’ op het dak van de wintertuin, ‘s middags aten we snel iets op het terras, de ellenlange middag bracht ik het liefste door met een Kiekeboe op een handdoek in het gras. Daarna gingen we rollerskaten of touwtjespringen of schommelen met twee. Om een uur of vijf begon het wachten op het avondeten. In de verte hoorde ik al lepels tegen een kom tikken, mijn mama kwam de sla nog even zwieren in de tuin. Onder het water lopen, grappig. Daarna aten we en viel de schaduw, zacht. En in die schaduw gaven mijn ouders de planten water. We hielpen in onze pyjama, op blote voeten. Een paar vogels zongen nog. Het was de mooiste afsluiter van de mooiste dag. En morgen nog zo een, een hele zomer lang. Vandaag begint onze vakantie. Na een gezellig etentje bij mijn zus gaf ik nog even de planten water. En ik dacht aan vroeger en Bert hoorde het mij denken, denk ik, want hij nam er deze foto van.

Schermafbeelding 2016-06-27 om 22.27.15
Ik als 28-jarige op ons terras.

Oranje met ‘periodekes’: hoe 2015 voor me was

– Door Eva

Als kind had ik al melancholische buien. Ik herinner me dat ik al schommelend triestige liedjes verzon over de duiven die ik in de nok van de kerk zag zitten. ‘Tiny weet dat niet alles vrolijk is’, zó een boek. Ook in mijn puberteit kende ik sombere periodes. Geen zin om op te staan, angstig, huilerig, gestresseerd… Mijn moeder en ik noemden het eerst ‘De herfstblues’, ‘Het vallen van’t blad’. Maar toen had ik het ook in de winter. En soms zelfs in de zomer (stel je voor!). Dus nu noemen we mijn sombere momenten een ‘Periodeken’. Mijn ‘Periodekes’ horen bij mij, dat weet ik ondertussen. Ik heb ze aanvaard.

Begin 2015 kreeg ik een slaapprobleem. Ik piekerde zoveel over mijn werk (het organiseren, de hoeveelheid, ‘Zullen mijn ideeën ooit stoppen?’, ‘Wat als…’), het leven en het piekeren zelf, dat ik bijna dagelijks niet voor 4 uur de slaap kon vatten. Ik was moe, stond laat op en was mijn structuur volledig kwijt. Daarenboven werkte ik alleen van thuis uit. Ik leefde in stilte tot Bert ‘s avonds thuis kwam. Ik zat de hele tijd alleen met mijn gedachten, voelde me opgesloten in mezelf. Ik voelde me een zaag als ik wel eens over mijn problemen of gevoelens sprak, dacht dat ik iedereen wegjoeg, dat ik een slecht mens was, iemand die ‘het godverdomme niet eens kan opbrengen haar goeie vrienden eens te bellen. Wie wil nu omgaan met zo iemand?’ Als ik wel buiten kwam kon ik de mensen niet meer inschatten. ‘Lacht iemand om mij of met mij?’ Ik keerde steeds vroeger van recepties of feestjes naar huis. Om nog 4 dagen te piekeren over wat ik wel of niet had miszegd. En me ondertussen maar kapot schamen. Ik was de hele tijd beschaamd om wie ik was. ‘Weer laat opgestaan! Lui varken! Doe er dan iets aan?! Neem je telefoon op! Of bel haar op z’n minst terug. Wie durft er nu geen trein te nemen? Ongemakkelijke, stomme trut, jong!’

Toen ik (voor de zoveelste keer) over mijn angsten (‘bang om ziek te worden, bang om alleen te zijn, bang om een paniekaanval te krijgen op de trein, bang om uitgelachen te worden, bang om uitgesloten te worden in een groep, bang om stomme grappen te maken, bang om dood te gaan, geen vertrouwen in mezelf, in mijn lichaam, wat als ik straks kapot ga…’) sprak met mijn zus, raadde ze me aan om naar een bevriende gedragstherapeut te gaan. De therapeut las De Standaard (in ‘Eva’s gedacht’ had ik het toen vaak over mijn angsten en in diezelfde krant had ik ook gesproken over mijn sociale angst in een artikel over het thema) en had gezegd dat mijn problemen ‘eigenlijk vrij gemakkelijk op te lossen vallen met therapie’. Tijdens de eerste sessies vertelde ik over mijn verleden, hoe ik was, hoe ik me voelde op dat moment en waar ik allemaal bang voor was geworden. In een volgende sessie tekende mijn therapeut mijn cirkel van angsten, piekeren en slapeloosheid op een groot wit blad. Langzaam trokken we de rommelige suikerspin van angsten uit mijn hoofd. Een ragfijn draadje langs mijn oor. Mijn hoofd werd sessie na sessie lichter.

Mijn slapeloosheid pakten we aan door een Piekerdagboek te beginnen. Elke avond mocht ik, net voor het slapengaan, keihard piekeren in mijn schriftje. Al mijn kwaadheid, frustratie en angsten krabbelde ik erin neer. En het werkte: langzaamaan kon ik terug slapen. Hoe meer goeie nachten ik had, hoe meer ik terug ontspannen kon gaan slapen. Waardoor ik wéér een goeie nacht had! En daarna nog een!

Mijn Piekerdagboek, dat ik nu amper nog gebruik.
Mijn ‘Piekerdagboek’, dat ik nu amper nog gebruik.

Na een paar sessies sprak ik met mijn zus. Ze noemde me sterk, zei dat ze het zo moedig vond dat ik hulp had gezocht. Het is raar: je leest wel eens in magazines en kranten dat hulp zoeken voor een psychisch probleem in Vlaanderen nog steeds taboe is. Dat mensen het niet doen omdat ze er ergens, diep vanbinnen, nog steeds van overtuigd zijn dat het zwak is. Een faling. Ik dacht tijdens het lezen van zulke artikels altijd ‘Jaja, het zal wel’. Tot ik er zelf voor stond. Ik voelde me inderdaad een zwakkeling, iemand die het leven niet aankon. Dat mijn zus me ‘sterk’ noemde, ontroerde me op dat moment zo erg dat ik ervan begon te huilen.

In augustus ondernam ik mijn eerste grote stap om terug zelfstandig te worden. Ik ging, voor het werk, alleen naar Lowlands, een groot muziekfestival in Nederland. Ik nam verschillende treinen, een bus en zocht zelf mijn weg naar de camping, waar ik mijn vrienden ontmoette. Ik baande me zelf een weg door de camping met mijn zaklamp, las backstage boeken in de zon en waagde me in die vier dagen ook (zonder stress! Zonder paniek!) op het drukke festivalterrein. Ik was eerlijk tegen mijn vrienden, zei dat ik ‘niet zo’n festivalganger ben’, trok me terug in mijn tent (boek lezen met de zaklamp, zalig!) als ik overprikkeld was. En beleefde 4 fantastische dagen. Op de bus naar het station voelde ik me onoverwinnelijk. Ik had een superbelangrijke stap gezet, voelde me terug zelfstandiger worden, had terug vertrouwen in mezelf. De dag nadien belde ik mijn moeder. ‘Ik heb de eindbaas van Marioland verslaan!’ 

In de bus naar het station nam ik deze selfie. Een verbrande neus, 4 fantastische dagen... Na Lowlands voelde ik me onklopbaar. Tjakka!
In de bus naar het station nam ik deze selfie. Een verbrande neus, 4 fantastische dagen… Na Lowlands voelde ik me onklopbaar. Tjakka!

Een maand later trok ik voor tien dagen met Plan België naar Zambia. Hoewel ik er zin in had (Naar Zambia gaan om met meisjes te praten over kindhuwelijken, mijn ervaringen in tekeningen mogen gieten, over zo’n ernstige problematiek mogen getuigen, voor het eerst naar Afrika. Waw, waw, waw!), had ik ook veel twijfels (Mee met een groep vrouwen die ik totaal niet ken, lange dagen, veel kans om alleen ziek te worden, wat als ik doodga in Zambia, ZAMBIA?! Waar zat ik met mijn gedachten? Thuis is toch ook goed? Thuis ben ik veilig…). Mijn therapeut en ik bespraken alles. Hij zei dat ik niet moest gaan als ik me er niet goed bij voelde. Maar ik wou gaan. Écht!

De groep was geweldig, de reis fantastisch en de gesprekken met de meisjes daar zo leerrijk en pakkend… Het werd de reis van mijn leven.

'Oei! We hebben tijdens onze 10 dagen Zambia geen groepsportret genomen! ...Vlug eentje op het tarmak dan maar!'
‘Oei! We hebben tijdens onze 10 dagen Zambia geen groepsportret genomen! …Vlug eentje op het tarmak dan maar!’

Toen ik na mijn laatste sessie bij de therapeut naar buiten wandelde, besefte ik dat je geen slecht mens bent als het tegenzit. Je problemen zijn problemen, geen ‘probleempjes’. Je mag er hulp voor zoeken. Het leven is in beweging, je zit niet voor altijd vast. Je kan eruit. Het leven is zwart, maar óók wit. Daarna las ik een uur de krant in het park. Ik vond er een pluimpje dat mijn stelling bewees. Het hangt al maanden tegen de muur van onze wc. Als vederlichte reminder van wat was.

Het pluimpje dat ik vond na mijn laatste sessie bij de therapeut.
Het pluimpje dat ik vond na mijn laatste sessie bij de therapeut.

Het afgelopen jaar ben ik sterker geworden, stabieler. Ik bescherm mezelf door ‘nee’ te zeggen, mijn agenda te plannen zodat ik ook nog een beetje kan leven. Ik ben assertiever. Las vakantie in. Ik nodig terug vrienden uit, zonder het als ‘gedoe’ te zien. Voel me niet meer om alles schuldig. Als ik geen zin heb om mee te gaan, wring ik me niet meer in 80 bochten, maar zeg ik eerlijk dat het vandaag niet zal lukken, dat ik geen goesting heb. Mensen begrijpen dat. Ik voel me steeds meer terug een persoon, iemand die in de wereld is, die meetelt. Die zich niet de hele tijd aanpast aan de anderen. Iemand die zorg kan dragen voor de anderen.

Terug meer licht in't leven.
Terug meer licht in’t leven.

2015 was een kanteljaar. Ik pakte voor het eerst mijn donkere suikerspinnen aan. Het lege ‘Tik Tak’-ventje dat ik in januari was, slorpte in de loop van het jaar langzaam limonade op en is nu bijna terug volledig oranje. Oranje met ‘Periodekes’, natuurlijk. Maar die ‘Periodekes’ horen bij mij. Die heb ik aanvaard.

Slorp, slorp... Langzaam terug oranje.
Slorp, slorp… Langzaam terug oranje.

Voor 2016 wens ik iedereen een warme omgeving die je problemen signaleert nog voor je ze zelf ziet. Lange gesprekken bij een kop koffie. De moed om hulp te zoeken. Tijd. Zelfvertrouwen. Véél zorg, voor je planten, je dieren, je spullen, jezelf en je naasten. Géén zorgen. Maar bovenal: veel plezier. En het avontuur (hoe klein of groot dat avontuur ook is).

Eva Mouton - mandarijn
Voor 2016: veel plezier. En bovenal: het avontuur!

Blog at WordPress.com.

Up ↑