– Door Eva

Als kind had ik al melancholische buien. Ik herinner me dat ik al schommelend triestige liedjes verzon over de duiven die ik in de nok van de kerk zag zitten. ‘Tiny weet dat niet alles vrolijk is’, zó een boek. Ook in mijn puberteit kende ik sombere periodes. Geen zin om op te staan, angstig, huilerig, gestresseerd… Mijn moeder en ik noemden het eerst ‘De herfstblues’, ‘Het vallen van’t blad’. Maar toen had ik het ook in de winter. En soms zelfs in de zomer (stel je voor!). Dus nu noemen we mijn sombere momenten een ‘Periodeken’. Mijn ‘Periodekes’ horen bij mij, dat weet ik ondertussen. Ik heb ze aanvaard.

Begin 2015 kreeg ik een slaapprobleem. Ik piekerde zoveel over mijn werk (het organiseren, de hoeveelheid, ‘Zullen mijn ideeën ooit stoppen?’, ‘Wat als…’), het leven en het piekeren zelf, dat ik bijna dagelijks niet voor 4 uur de slaap kon vatten. Ik was moe, stond laat op en was mijn structuur volledig kwijt. Daarenboven werkte ik alleen van thuis uit. Ik leefde in stilte tot Bert ‘s avonds thuis kwam. Ik zat de hele tijd alleen met mijn gedachten, voelde me opgesloten in mezelf. Ik voelde me een zaag als ik wel eens over mijn problemen of gevoelens sprak, dacht dat ik iedereen wegjoeg, dat ik een slecht mens was, iemand die ‘het godverdomme niet eens kan opbrengen haar goeie vrienden eens te bellen. Wie wil nu omgaan met zo iemand?’ Als ik wel buiten kwam kon ik de mensen niet meer inschatten. ‘Lacht iemand om mij of met mij?’ Ik keerde steeds vroeger van recepties of feestjes naar huis. Om nog 4 dagen te piekeren over wat ik wel of niet had miszegd. En me ondertussen maar kapot schamen. Ik was de hele tijd beschaamd om wie ik was. ‘Weer laat opgestaan! Lui varken! Doe er dan iets aan?! Neem je telefoon op! Of bel haar op z’n minst terug. Wie durft er nu geen trein te nemen? Ongemakkelijke, stomme trut, jong!’

Toen ik (voor de zoveelste keer) over mijn angsten (‘bang om ziek te worden, bang om alleen te zijn, bang om een paniekaanval te krijgen op de trein, bang om uitgelachen te worden, bang om uitgesloten te worden in een groep, bang om stomme grappen te maken, bang om dood te gaan, geen vertrouwen in mezelf, in mijn lichaam, wat als ik straks kapot ga…’) sprak met mijn zus, raadde ze me aan om naar een bevriende gedragstherapeut te gaan. De therapeut las De Standaard (in ‘Eva’s gedacht’ had ik het toen vaak over mijn angsten en in diezelfde krant had ik ook gesproken over mijn sociale angst in een artikel over het thema) en had gezegd dat mijn problemen ‘eigenlijk vrij gemakkelijk op te lossen vallen met therapie’. Tijdens de eerste sessies vertelde ik over mijn verleden, hoe ik was, hoe ik me voelde op dat moment en waar ik allemaal bang voor was geworden. In een volgende sessie tekende mijn therapeut mijn cirkel van angsten, piekeren en slapeloosheid op een groot wit blad. Langzaam trokken we de rommelige suikerspin van angsten uit mijn hoofd. Een ragfijn draadje langs mijn oor. Mijn hoofd werd sessie na sessie lichter.

Mijn slapeloosheid pakten we aan door een Piekerdagboek te beginnen. Elke avond mocht ik, net voor het slapengaan, keihard piekeren in mijn schriftje. Al mijn kwaadheid, frustratie en angsten krabbelde ik erin neer. En het werkte: langzaamaan kon ik terug slapen. Hoe meer goeie nachten ik had, hoe meer ik terug ontspannen kon gaan slapen. Waardoor ik wéér een goeie nacht had! En daarna nog een!

Mijn Piekerdagboek, dat ik nu amper nog gebruik.
Mijn ‘Piekerdagboek’, dat ik nu amper nog gebruik.

Na een paar sessies sprak ik met mijn zus. Ze noemde me sterk, zei dat ze het zo moedig vond dat ik hulp had gezocht. Het is raar: je leest wel eens in magazines en kranten dat hulp zoeken voor een psychisch probleem in Vlaanderen nog steeds taboe is. Dat mensen het niet doen omdat ze er ergens, diep vanbinnen, nog steeds van overtuigd zijn dat het zwak is. Een faling. Ik dacht tijdens het lezen van zulke artikels altijd ‘Jaja, het zal wel’. Tot ik er zelf voor stond. Ik voelde me inderdaad een zwakkeling, iemand die het leven niet aankon. Dat mijn zus me ‘sterk’ noemde, ontroerde me op dat moment zo erg dat ik ervan begon te huilen.

In augustus ondernam ik mijn eerste grote stap om terug zelfstandig te worden. Ik ging, voor het werk, alleen naar Lowlands, een groot muziekfestival in Nederland. Ik nam verschillende treinen, een bus en zocht zelf mijn weg naar de camping, waar ik mijn vrienden ontmoette. Ik baande me zelf een weg door de camping met mijn zaklamp, las backstage boeken in de zon en waagde me in die vier dagen ook (zonder stress! Zonder paniek!) op het drukke festivalterrein. Ik was eerlijk tegen mijn vrienden, zei dat ik ‘niet zo’n festivalganger ben’, trok me terug in mijn tent (boek lezen met de zaklamp, zalig!) als ik overprikkeld was. En beleefde 4 fantastische dagen. Op de bus naar het station voelde ik me onoverwinnelijk. Ik had een superbelangrijke stap gezet, voelde me terug zelfstandiger worden, had terug vertrouwen in mezelf. De dag nadien belde ik mijn moeder. ‘Ik heb de eindbaas van Marioland verslaan!’ 

In de bus naar het station nam ik deze selfie. Een verbrande neus, 4 fantastische dagen... Na Lowlands voelde ik me onklopbaar. Tjakka!
In de bus naar het station nam ik deze selfie. Een verbrande neus, 4 fantastische dagen… Na Lowlands voelde ik me onklopbaar. Tjakka!

Een maand later trok ik voor tien dagen met Plan België naar Zambia. Hoewel ik er zin in had (Naar Zambia gaan om met meisjes te praten over kindhuwelijken, mijn ervaringen in tekeningen mogen gieten, over zo’n ernstige problematiek mogen getuigen, voor het eerst naar Afrika. Waw, waw, waw!), had ik ook veel twijfels (Mee met een groep vrouwen die ik totaal niet ken, lange dagen, veel kans om alleen ziek te worden, wat als ik doodga in Zambia, ZAMBIA?! Waar zat ik met mijn gedachten? Thuis is toch ook goed? Thuis ben ik veilig…). Mijn therapeut en ik bespraken alles. Hij zei dat ik niet moest gaan als ik me er niet goed bij voelde. Maar ik wou gaan. Écht!

De groep was geweldig, de reis fantastisch en de gesprekken met de meisjes daar zo leerrijk en pakkend… Het werd de reis van mijn leven.

'Oei! We hebben tijdens onze 10 dagen Zambia geen groepsportret genomen! ...Vlug eentje op het tarmak dan maar!'
‘Oei! We hebben tijdens onze 10 dagen Zambia geen groepsportret genomen! …Vlug eentje op het tarmak dan maar!’

Toen ik na mijn laatste sessie bij de therapeut naar buiten wandelde, besefte ik dat je geen slecht mens bent als het tegenzit. Je problemen zijn problemen, geen ‘probleempjes’. Je mag er hulp voor zoeken. Het leven is in beweging, je zit niet voor altijd vast. Je kan eruit. Het leven is zwart, maar óók wit. Daarna las ik een uur de krant in het park. Ik vond er een pluimpje dat mijn stelling bewees. Het hangt al maanden tegen de muur van onze wc. Als vederlichte reminder van wat was.

Het pluimpje dat ik vond na mijn laatste sessie bij de therapeut.
Het pluimpje dat ik vond na mijn laatste sessie bij de therapeut.

Het afgelopen jaar ben ik sterker geworden, stabieler. Ik bescherm mezelf door ‘nee’ te zeggen, mijn agenda te plannen zodat ik ook nog een beetje kan leven. Ik ben assertiever. Las vakantie in. Ik nodig terug vrienden uit, zonder het als ‘gedoe’ te zien. Voel me niet meer om alles schuldig. Als ik geen zin heb om mee te gaan, wring ik me niet meer in 80 bochten, maar zeg ik eerlijk dat het vandaag niet zal lukken, dat ik geen goesting heb. Mensen begrijpen dat. Ik voel me steeds meer terug een persoon, iemand die in de wereld is, die meetelt. Die zich niet de hele tijd aanpast aan de anderen. Iemand die zorg kan dragen voor de anderen.

Terug meer licht in't leven.
Terug meer licht in’t leven.

2015 was een kanteljaar. Ik pakte voor het eerst mijn donkere suikerspinnen aan. Het lege ‘Tik Tak’-ventje dat ik in januari was, slorpte in de loop van het jaar langzaam limonade op en is nu bijna terug volledig oranje. Oranje met ‘Periodekes’, natuurlijk. Maar die ‘Periodekes’ horen bij mij. Die heb ik aanvaard.

Slorp, slorp... Langzaam terug oranje.
Slorp, slorp… Langzaam terug oranje.

Voor 2016 wens ik iedereen een warme omgeving die je problemen signaleert nog voor je ze zelf ziet. Lange gesprekken bij een kop koffie. De moed om hulp te zoeken. Tijd. Zelfvertrouwen. Véél zorg, voor je planten, je dieren, je spullen, jezelf en je naasten. Géén zorgen. Maar bovenal: veel plezier. En het avontuur (hoe klein of groot dat avontuur ook is).

Eva Mouton - mandarijn
Voor 2016: veel plezier. En bovenal: het avontuur!
Advertisements