Search

Studio Soso

Month

January 2016

Recept: bosco bloemkoolpizza

– Door Bert

(Tarwevrij, koemelkvrij, veggie)

Toegegeven, het was even schrikken toen we in november de opdracht kregen om de komende tijd geen koolhydraten te eten. Tarwe aten we al langer niet meer, maar hey, dan zijn nog altijd spelt en co voorradig! Geen koolhydraten betekent ook: geen aardappelen (een stiekem vreugdesprongetje van ondergetekende), spelt, boekweit, rijst, quinoa,… Na het eerste schrikken ging ik meteen op zoek naar alternatieven. Ik probeerde klassiekers te herdenken en op zoek te gaan naar nieuwe mogelijkheden en combinaties.

Ovenschotels, soepen en ‘pasta’s’ maakte ik eerder al, maar één favoriet bleef weg van het menu: onze overheerlijke truffelpizza. Daar moest dus dringend iets aan worden gedaan.

De lekkerste manier om bloemkool te eten ontdekte ik toen ik met bloemkool deed wat je met chilipepers doet: ze losweg aanbranden in het gasvuur. Simpeler wordt koken niet: Gewoon de gaspit opendraaien, je bloemkool erop zwieren, af en toe draaien, hem mooi zwart laten blakeren (niet helemaal, maar hij mag wel zwart worden) en klaar is kees. Ik zweer het … De aroma’s die daarmee vrijkomen zijn adembenemend, en de gelaagdheid in zowel beet als smaak is geweldig. Maar goed … bloemkool dus. Als je van bloemkool couscous kan maken, moet er een manier zijn om er deeg van te maken. Deeg vertrekt van droog meel, dus moeten we de bloemkool ‘droogleggen’. Als dat lukt, moet een deeg mogelijk zijn. En als je deeg kan maken, kan je pizza maken… Pure logica, maar lukt het effectief? Kan je bloemkool als pure onversneden pizza laten ruiken? Het antwoord is, volmondig, ja!

Soit, het lijkt allemaal ontzettend veel tijd in beslag te nemen, en dat doet het ook, maar tussen de verschillende stappen door kan je makkelijk andere dingen doen. Tijd – of beter géén tijd – is dus geen alibi om het niet eens te proberen.

Voor het deeg heb je nodig:
. 1 bloemkool (hoe groter hoe beter)
. 1 teentje knoflook, fijn gesnipperd
. 1 ei (volgende keer probeer ik het enkel met een eigeel, dat lees je hieronder)
. 1 handje geraspte parmezaan of pecorino (moet niet per se, maar het kan)
. oregano
. peper
. zout

En zo ga je te werk:
Verwarm de oven op op 180 à 200°C (wisselt van oven tot oven). Verwijder het loof van de bloemkool. Breek de kool in enkele grote stukken, zodat je die gemakkelijk kan vasthouden. Rasp de hele bloemkool in een kom, die je, als je niet je hele keuken vol bloemkoolstukjes wil hebben, best in de spoelbak zet. Plet het teentje look en meng het onder de bloemkool.

Bekleed een bakplaat met een vel bakpapier (ons siliconen bakvel is helaas te klein om alle kleine stukjes op te vangen) en verspreid de bloemkool gelijkmatig over de plaat. Bak hem een half uurtje en roer af en toe even om. Eigenlijk gaar je hier de bloemkool en droog je hem uit. Hoe droger hij wordt hoe beter, dus als je het nog even langer in de oven wil laten staan mag dat zeker. Zorg gewoon dat ie niet verbrandt.

Haal de bloemkool uit de oven en laat een kwartiertje afkoelen. Daarna doe je alles in een thee- of neteldoek en probeer je zo veel mogelijk van het vocht uit de bloemkool te persen. Dat kan wel even duren, een bloemkool houdt blijkbaar nogal wat sap vast. Als je van plan bent nog soep te maken, vandaag of morgen, kan je het sap opvangen en gebruiken als smaakmaker in soep of saus. Hoe meer vocht er weg is hoe beter, dus kijk niet op een (‘gnnn’) extra inspanning.

Je zal merken dat je een soort van deeg krijgt die erg op een bol pizzadeeg lijkt. Als de consistentie goed vast is, ben je op de goede weg! Voeg nu de oregano, peper, zout, kaas kruiden naar smaak én het ei bij en meng goed tot je opnieuw een deegbal krijgt. Hier kom ik dus op het punt met het ei. Want je maakt het deeg weer heel wat natter… Daarom ga ik voor de binding de volgende keer proberen werken met enkel een eigeel. Agar agar zou ik ook eens kunnen proberen… I’ll keep you posted!

Bekleed je bakplaat met een nieuw stuk bakpapier, maar gooi het eerste niet weg. Druk je bloemkooldeeg plat op de plaat en bedek die met het eerste bakpapier. Nu kan je de bodem zo plat als je kan of je bakplaat toelaat uitrollen met een deegrol. Bak dan de pizzabodem ongeveer een half uur op 200°C tot ie kleur begint te krijgen, of al wat krokant wordt. Je zal het snel merken… want plots gaat je bloemkool naar pizza ruiken! Hell yeah! Zodra je de pizzabodem uit de oven haalt, draai je de temperatuur naar het maximum, want pizza’s bakken doe je in een superhete oven.

Ondertussen maak je alles klaar voor de topping. Vanaf nu gaat alles hetzelfde als bij een normale pizza. Beleg dus maar met wat je zelf het lekkerste vindt. Onze topfavoriet is onze eigen versie van de ‘Bosco’ pizza, die we altijd eten bij Eat Love Pizza. Het is een pizza met champignons, truffelsaus en buffelmozzarella (de mozzarella heb ik deze keer weggelaten).

Ik gebruikte dit voor de topping:
. 2/3 potje truffelsaus – ik koop die bij m’n favoriete Italiaan Casa Del Capriccio.
. 4 teentjes look (mag ook minder, wij houden er wel van én ‘t is megagezond)
. truffelolie
. peper
. zout
. beetje arrabiata kruidenmix (behoorlijk pikant) die ik haal bij Spice Bazaar in de Burgstraat. Ook een topadresje om eens langs te gaan.

Plet de teentjes look en doe ze samen met de truffelsaus en de kruiden in een mengpotje. Meng alles goed door mekaar en voeg nog een beetje extra truffelolie toe zodat je een smeuïg geheel krijgt. Doe er zeker niet teveel olie, bij, dat maakt de pizzabodem opnieuw wak.

Verder gebruikte ik nog:
. enkele Parijse champignons, in schijfjes gesneden
. pecorino, geraspt of met de dunschiller in héérlijke fijne plakjes gesneden (hou een beetje over, als de pizza uit de oven komt gooi je er nog lekker wat rucola op en wanneer je daarboven nog wat kaas strooit … komt de hemel erg dicht bij je bord)
. rucola
. truffelolie

Beleg je pizza met alles wat je wil, maar werk snel en bak hem in enkele minuten helemaal klaar in je superhete oven. En ja hoor: nu gaat het hele huis nòg meer naar pizza ruiken. Heerlijk! Niemand gaat op dit moment merken dat je geen gewone pizza aan het maken bent!! Maar goed … wanneer je pizza eruit komt, gooi je er dus nog wat rucola, wat overgebleven pecorinoschaafsel én een schone geut truffelolie over… en dat… komt dus… betrekkelijk dicht… bij… de hemel… op je bord. Geniet ervan!

STUDIO SOSO BKP10 copy.jpg
Aanvallen!

 

Zero waste: minder plastic verbruiken: een paar simpele tips

Zero Waste – Door Eva

Sinds een kleine maand letten wij op ons plasticverbruik. En hoera! Deze week konden we geen vuilniszak buitenzetten. We zijn in een maand tijd van een propvolle vuilniszak per week naar een kwart gevulde vuilniszak gegaan. Woohoo!

Wil je zelf minder plastic verbruiken? Dit zijn mijn tips:

Maak eerst een inventaris van de verpakkingen, plastics en wegwerpmaterialen die jouw huishouden het meeste verbruikt. Zorg ervoor dat je vervangt wat je het meeste gebruikt. Je hoeft bijvoorbeeld geen wasbare wattenschijfjes te kopen als je amper wattenschijfjes gebruikt.

De spullen die wij het meeste verbruikten:

  • In de keuken: vershoudfolie, keukenpapier, bakpapier.
  • Plastic zakjes van de groentenwinkel, broodzakken van de bakker, plastic wegwerppotjes voor verse producten van de Italiaanse winkel, papieren zakjes van de notenwinkel, verpakking van theebuiltjes, allerlei verpakkingen van koekjes, groenten,…
  • Plastic flessen (2 literflessen Spa) en hun plastic verpakking.
  • Papieren zakdoekjes.
  • Wattenschijfjes.
  • Papieren servetten.

Maak daarna de plastic zakjes, het vershoudfolie, bakpapier,… die je nog hebt liggen op en vervang alles door zijn gerecycleerde/minder vervuilende variant.

  • De vershoudfolie en de broodzak die we wekelijks weggooien verving ik door Bee’s Wrap. Deze herbruikbare verpakking is gemaakt van biologisch katoenen mousseline, bijenwas, jojoba-olie en boomhars. Door de antibacteriële eigenschappen van bijenwas en jojoba-olie blijft je eten langer vers en kun je de de wraps steeds opnieuw gebruiken. Gewoon eens afwassen met een milde zeep en koud water en klaar! Ik ben echt helemaal verkocht. Niet alleen ruikt de wrap hemels, ons eten blijft ook véél langer vers. Ik kocht de wraps bij Comptoir Des Objects, een prachtige Gentse (web)shop.
IMG_0155
Ons wekelijks stokbrood verpakt in een Bee’s Wrap.
  • De vellen bakpapier die we na gebruik weggooiden, hebben we vervangen door een siliconen exemplaar. Siliconen bakvellen vind je in de Blokker, de Collishop,…
  • Ons keukenpapier zijn we nog aan het opmaken, maar gaan we op termijn vervangen door de wasbare huishouddoekjes waar ik de meubels mee afstof.
  • Bij Ohne, een verpakkingsvrije winkel in Gent, kocht ik linnen zakjes (met touwtjes!) in verschillende formaten. Met de kleine zakjes halen we noten en losse thee in onze vaste noten- en kruidenwinkel Spice Bazaar. De grotere zakjes gebruiken we voor groenten en fruit die we halen in de plaatselijke groentenwinkel. Ook bij Bio Planet kun je sinds kort met je eigen verpakkingen terecht! Thuis stoppen we de noten en thee in glazen weckpotten. De groenten gaan gewoon met zakje en al de koelkast in.
IMG_0159
Noten, dadels, rozijnen, chocolade en bloem bewaren we tegenwoordig in weckpotten.
  • De verse producten die we bij de Italiaan halen, nemen we niet meer mee naar huis in wegwerppotjes. We brengen kleine Tupperwares of glazen weckpotten mee naar de winkel. De eigenares is zo vriendelijk om onze potten te wegen en het gewicht af te trekken van het totaalbedrag.
  • We kopen bewuster. Als ik in de ene winkel een komkommer zie liggen die apart verpakt is in plastic, springen we nog even binnen in een andere winkel om zijn verpakkingsvrij broertje te halen. Ik koop geen voorraden of dubbels meer. Ik stel mezelf vragen als ik in de winkel sta. Heb ik 2 nagellakjes nodig die een halve tint van elkaar verschillen? Hoeveel streepjestruien heb je écht nodig? En hoeveel zwarte dikke truien?
  • We leven bewuster. Koekjes probeer ik zoveel mogelijk zelf te maken. We sorteren nog beter. Verpakkingsmateriaal (kartonnen doosjes,…) en beschermende bubbelplastics hergebruik ik in mijn eigen webshop. Onze tubes tandpasta snijden we open (Gnnn! Het laatste restje moét eruit!),…
  • De honderden (GRR) papieren servetten die we nog in de kast hebben liggen, zijn we aan het opmaken. Maar ik heb 10 mooie witte stoffen servetten gekocht (voor als die verdomde papieren exemplaren ooit op zijn ;)).
  • Al onze papieren zakdoekjes zijn vervangen door stoffen zakdoeken. Mijn lieve mama heeft vrolijke roze zakdoeken gestikt. Ze staan in de living en keuken in een mooie glazen pot. Mooier dan zo’n kartonnen doos, vind ik!
IMG_0151
Onze pot met stoffen zakdoeken. Kijk nekeer hoe schoon! 😉
  • Onze plastic Spa-flessen vervangen we volgende week door glazen flessen. Ik zou gerust een filter op ons kraantjeswater willen zetten, maar ik vertrouw de leidingen (misschien lood?) van ons oud huis niet helemaal.
  • Bij webshop gespecialiseerd in biocosmetica Druantia kocht ik wasbare wattenschijfjes.
  • Lintjes, touwtjes, papieren cadeauzakjes en inpakpapier proberen we zoveel mogelijk te hergebruiken.

Nog lang niet al onze vervuilende, niet-recycleerbare spullen zijn vervangen, natuurlijk. Maar we zijn goed op weg! Heb jij nog tips? Deel ze hieronder met ons!

De koekjes die zelfs Bert lust

– Door Eva 

(Tarwevrij, veggie)

Niets zo frustrerend voor de naarstige bakster (ha-ha, ik bak helemaal niet vaak. En: koeken. Alléén koeken) als een lief hebben dat geen zoetekauw is. Je kunt jezelf nog zo complimenteren met het resultaat (“Ma Bwert bwe moet ebt eebs broeven! Zo gwoe jong! …Wel noh wa bwarm”), het is toch niet hetzelfde als iemand die, de ogen gesloten, kreunt dat de koekjes ‘O mijn God, overheerlijk’ zijn.

Maar! Na 34 (lichte) aanpassingen heb ik een recept voor koekjes die zelfs Bert lust. En, hoezee! Hoezee! Ze zijn, naast overheerlijk (al zeg ik het zelf), ook supersimpel om te maken.

Schermafbeelding 2016-01-10 om 18.15.02
In een glazen weckpot met een herbruikbaar touwtje zijn koekjes het perfécte Zero Waste cadeau!

Komt ie!

Nodig:

  • 100 gr rozijnen (of 100 gr raw chocolate. Ik gebruik de Pure Nibs-repen van het merk Lovechock, te koop in ongeveer elke biowinkel)
  • 125 gr speltbloem
  • 125 gr havermout
  • 100 gr gezouten boerenboter
  • snuf zout
  • 3 eetlepels (of naar smaak) agavestroop (Heb je alleen speltstroop of kokosbloesemstroop in huis? Dat gaat natuurlijk ook!)

Hoe:

Verwarm de oven voor op 160° C. Laat de boter smelten in de microgolfoven. Snijd de rozijnen (als het van die dikkerds zijn) in 2 en laat ze 10 minuten wellen in warm water.

Meng de speltbloem met de havermout. Doe er een snufje zout, de gesmolten boerenboter en wat agavestroop bij. Kneed alles tot je een deeg hebt die niet te plakkerig is (nog te plakkerig? Voeg een beetje speltbloem toe). Meng nu de rozijntjes onder het deeg.

Rol het deeg open, steek de koekjes uit met vormpjes, leg op een bakvel in de oven en laat 25 tot 30 minuten bakken tot ze mooi bruin zijn.

Niet zo’n fan van rozijntjes of stroop? Vervang de rozijntjes door raw chocolate en de stroop door vers gemaakte karamelsaus (deze versie vindt Bert nog lekkerder (‘Ooo ja, ooo ja. FAK, EVA!’) en werd ook met veel smaak opgegeten door mijn tante de dessertkoningin).

Schermafbeelding 2016-01-10 om 17.39.33
De koekjes die zelfs Bert lust. Hoezee! Zelfs de rozijntjes springen uit hun jas van blijdschap!

Het geheim van de plek die je deelt

– Door Bert

Fuck conventies. Volg je zelf. Sommige dingen zeg je niet hardop. Je voelt ze. In al ons streven naar uniciteit en echtheid worden conventies gecreëerd, middenin het blikveld maar altijd onder de radar. Als mos dat tussen de kasseien groeit. Het lijkt licht en het is zacht wanneer je er met je blote voeten overheen loopt. Maar langzaam vormen ze een weefsel dat de stenen met mekaar verbindt. Waar iedere kassei zich, in het gehouwen zijn, van een ander onderscheidt, maakt het mos hen steeds meer dezelfde. Niet in hun kassei-zijn, wel in hun voorkomen. Vierkante blokjes van steen, de poëzie verloren gegaan in hetzelfde voorkomen, elk detail verstopt.

Je bent uniek, alleen als je je zelf volgt, grenzen stelt. Eva en ik hebben het er al vaak over gehad. Over angsten, verdriet. Durven voor jezelf te kiezen. Aan jezelf te werken. Om neen te zeggen, of volmondig ja. Luidkeels of heel stil. Onuitgesproken, soms. Boven alles willen we vrij zijn. En ons zelf. Dat doen we door tijd te nemen, beeldend werk te maken, met zorg in het leven te staan.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 20.03.08
Afgelopen zomer / Eva – Nog geen mos, wel veel planten.

Eva en ik hebben er een prachtig 2015 opzitten. We maakten grote beslissingen, en plaatsten daar bewust heel kleine naast. We trokken naar het huis waar we onszelf al bijna vier jaar héél hard zagen leven en werken. We vonden de ruimte waarin je jezelf vrij kan maken, waarin je kan onthechten van de gewoontes die je van huis naar huis, van plek naar plek mee hebt genomen, zonder ze in vraag te stellen. Als dat mos tussen de stenen. Nu hebben we ze ook, de stenen en het mos. Ze zijn wel anders. Het mos en de stenen zijn echt en liggen in onze tuin. En we zien ze allebei, samen, niet apart.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 20.11.14
Afgelopen zomer / Bert – Eindelijk een atelier. 

Wanneer je dat zeldzame en dus unieke gevoel honderd ten honderd kan delen met de liefde, ontstaat er iets onbeschrijfbaar. Iets zonder woorden. Of misschien toch één: leven. Ten volle en bewust. Vol van geluk en een verlangen om het leven met de plek en elkander te versmelten tot een geheel. Een geest zonder conventies. Waarin de kat (niet) aan de zetel mag krabben. Waarin ik de was vergeet uit te halen en zij tegelijkertijd mislukte koekjes bakt. Volgende keer gaat het beter.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 20.05.19
Atelierbeeld Bert – ‘Nailed it’.

Dat leven is, denk ik, onze grootste verwezenlijking van het afgelopen jaar.  Onherroepelijk het begin van een fundamenteel ander zijn, niet naar de buitenwereld toe, wel in ons zelf. Waar Eva en ik al sinds we elkaar kennen steeds bewuster mee zijn omgegaan, geconcentreerd te weten in het gevoel die plaats te vinden waar we samen, stap voor stap, ideeën kunnen ontwikkelen en realiseren. Erin falen en eruit leren. Een plaats te creëren waar we werken en inspireren. Waar we energie opwekken uit geïnvesteerde arbeid. Waar we gelukkig zijn, niet om wat we van elkaar verwachten. Wel om wat we zelf kunnen, mogen en willen. Gewoon dus, om het leven. Maar dan bewust.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 20.04.52
Afgelopen zomer / Bert – Bezig aan een nieuwe installatie (aka samoerai spelen). 

We hebben die plek gevonden in ons, die plaats waar we ten volle mogen leven en werken. En niet onbelangrijk, een plek en een leven dat we kunnen delen. Niet zoals het wordt verwacht. Wel zoals het is. En dat is wij. Ja, daarom lekker ongegeneerd: fuck conventies. Ook al lukt ook dat nog niet altijd.

 Schermafbeelding 2016-01-03 om 20.04.01

Oranje met ‘periodekes’: hoe 2015 voor me was

– Door Eva

Als kind had ik al melancholische buien. Ik herinner me dat ik al schommelend triestige liedjes verzon over de duiven die ik in de nok van de kerk zag zitten. ‘Tiny weet dat niet alles vrolijk is’, zó een boek. Ook in mijn puberteit kende ik sombere periodes. Geen zin om op te staan, angstig, huilerig, gestresseerd… Mijn moeder en ik noemden het eerst ‘De herfstblues’, ‘Het vallen van’t blad’. Maar toen had ik het ook in de winter. En soms zelfs in de zomer (stel je voor!). Dus nu noemen we mijn sombere momenten een ‘Periodeken’. Mijn ‘Periodekes’ horen bij mij, dat weet ik ondertussen. Ik heb ze aanvaard.

Begin 2015 kreeg ik een slaapprobleem. Ik piekerde zoveel over mijn werk (het organiseren, de hoeveelheid, ‘Zullen mijn ideeën ooit stoppen?’, ‘Wat als…’), het leven en het piekeren zelf, dat ik bijna dagelijks niet voor 4 uur de slaap kon vatten. Ik was moe, stond laat op en was mijn structuur volledig kwijt. Daarenboven werkte ik alleen van thuis uit. Ik leefde in stilte tot Bert ‘s avonds thuis kwam. Ik zat de hele tijd alleen met mijn gedachten, voelde me opgesloten in mezelf. Ik voelde me een zaag als ik wel eens over mijn problemen of gevoelens sprak, dacht dat ik iedereen wegjoeg, dat ik een slecht mens was, iemand die ‘het godverdomme niet eens kan opbrengen haar goeie vrienden eens te bellen. Wie wil nu omgaan met zo iemand?’ Als ik wel buiten kwam kon ik de mensen niet meer inschatten. ‘Lacht iemand om mij of met mij?’ Ik keerde steeds vroeger van recepties of feestjes naar huis. Om nog 4 dagen te piekeren over wat ik wel of niet had miszegd. En me ondertussen maar kapot schamen. Ik was de hele tijd beschaamd om wie ik was. ‘Weer laat opgestaan! Lui varken! Doe er dan iets aan?! Neem je telefoon op! Of bel haar op z’n minst terug. Wie durft er nu geen trein te nemen? Ongemakkelijke, stomme trut, jong!’

Toen ik (voor de zoveelste keer) over mijn angsten (‘bang om ziek te worden, bang om alleen te zijn, bang om een paniekaanval te krijgen op de trein, bang om uitgelachen te worden, bang om uitgesloten te worden in een groep, bang om stomme grappen te maken, bang om dood te gaan, geen vertrouwen in mezelf, in mijn lichaam, wat als ik straks kapot ga…’) sprak met mijn zus, raadde ze me aan om naar een bevriende gedragstherapeut te gaan. De therapeut las De Standaard (in ‘Eva’s gedacht’ had ik het toen vaak over mijn angsten en in diezelfde krant had ik ook gesproken over mijn sociale angst in een artikel over het thema) en had gezegd dat mijn problemen ‘eigenlijk vrij gemakkelijk op te lossen vallen met therapie’. Tijdens de eerste sessies vertelde ik over mijn verleden, hoe ik was, hoe ik me voelde op dat moment en waar ik allemaal bang voor was geworden. In een volgende sessie tekende mijn therapeut mijn cirkel van angsten, piekeren en slapeloosheid op een groot wit blad. Langzaam trokken we de rommelige suikerspin van angsten uit mijn hoofd. Een ragfijn draadje langs mijn oor. Mijn hoofd werd sessie na sessie lichter.

Mijn slapeloosheid pakten we aan door een Piekerdagboek te beginnen. Elke avond mocht ik, net voor het slapengaan, keihard piekeren in mijn schriftje. Al mijn kwaadheid, frustratie en angsten krabbelde ik erin neer. En het werkte: langzaamaan kon ik terug slapen. Hoe meer goeie nachten ik had, hoe meer ik terug ontspannen kon gaan slapen. Waardoor ik wéér een goeie nacht had! En daarna nog een!

Mijn Piekerdagboek, dat ik nu amper nog gebruik.
Mijn ‘Piekerdagboek’, dat ik nu amper nog gebruik.

Na een paar sessies sprak ik met mijn zus. Ze noemde me sterk, zei dat ze het zo moedig vond dat ik hulp had gezocht. Het is raar: je leest wel eens in magazines en kranten dat hulp zoeken voor een psychisch probleem in Vlaanderen nog steeds taboe is. Dat mensen het niet doen omdat ze er ergens, diep vanbinnen, nog steeds van overtuigd zijn dat het zwak is. Een faling. Ik dacht tijdens het lezen van zulke artikels altijd ‘Jaja, het zal wel’. Tot ik er zelf voor stond. Ik voelde me inderdaad een zwakkeling, iemand die het leven niet aankon. Dat mijn zus me ‘sterk’ noemde, ontroerde me op dat moment zo erg dat ik ervan begon te huilen.

In augustus ondernam ik mijn eerste grote stap om terug zelfstandig te worden. Ik ging, voor het werk, alleen naar Lowlands, een groot muziekfestival in Nederland. Ik nam verschillende treinen, een bus en zocht zelf mijn weg naar de camping, waar ik mijn vrienden ontmoette. Ik baande me zelf een weg door de camping met mijn zaklamp, las backstage boeken in de zon en waagde me in die vier dagen ook (zonder stress! Zonder paniek!) op het drukke festivalterrein. Ik was eerlijk tegen mijn vrienden, zei dat ik ‘niet zo’n festivalganger ben’, trok me terug in mijn tent (boek lezen met de zaklamp, zalig!) als ik overprikkeld was. En beleefde 4 fantastische dagen. Op de bus naar het station voelde ik me onoverwinnelijk. Ik had een superbelangrijke stap gezet, voelde me terug zelfstandiger worden, had terug vertrouwen in mezelf. De dag nadien belde ik mijn moeder. ‘Ik heb de eindbaas van Marioland verslaan!’ 

In de bus naar het station nam ik deze selfie. Een verbrande neus, 4 fantastische dagen... Na Lowlands voelde ik me onklopbaar. Tjakka!
In de bus naar het station nam ik deze selfie. Een verbrande neus, 4 fantastische dagen… Na Lowlands voelde ik me onklopbaar. Tjakka!

Een maand later trok ik voor tien dagen met Plan België naar Zambia. Hoewel ik er zin in had (Naar Zambia gaan om met meisjes te praten over kindhuwelijken, mijn ervaringen in tekeningen mogen gieten, over zo’n ernstige problematiek mogen getuigen, voor het eerst naar Afrika. Waw, waw, waw!), had ik ook veel twijfels (Mee met een groep vrouwen die ik totaal niet ken, lange dagen, veel kans om alleen ziek te worden, wat als ik doodga in Zambia, ZAMBIA?! Waar zat ik met mijn gedachten? Thuis is toch ook goed? Thuis ben ik veilig…). Mijn therapeut en ik bespraken alles. Hij zei dat ik niet moest gaan als ik me er niet goed bij voelde. Maar ik wou gaan. Écht!

De groep was geweldig, de reis fantastisch en de gesprekken met de meisjes daar zo leerrijk en pakkend… Het werd de reis van mijn leven.

'Oei! We hebben tijdens onze 10 dagen Zambia geen groepsportret genomen! ...Vlug eentje op het tarmak dan maar!'
‘Oei! We hebben tijdens onze 10 dagen Zambia geen groepsportret genomen! …Vlug eentje op het tarmak dan maar!’

Toen ik na mijn laatste sessie bij de therapeut naar buiten wandelde, besefte ik dat je geen slecht mens bent als het tegenzit. Je problemen zijn problemen, geen ‘probleempjes’. Je mag er hulp voor zoeken. Het leven is in beweging, je zit niet voor altijd vast. Je kan eruit. Het leven is zwart, maar óók wit. Daarna las ik een uur de krant in het park. Ik vond er een pluimpje dat mijn stelling bewees. Het hangt al maanden tegen de muur van onze wc. Als vederlichte reminder van wat was.

Het pluimpje dat ik vond na mijn laatste sessie bij de therapeut.
Het pluimpje dat ik vond na mijn laatste sessie bij de therapeut.

Het afgelopen jaar ben ik sterker geworden, stabieler. Ik bescherm mezelf door ‘nee’ te zeggen, mijn agenda te plannen zodat ik ook nog een beetje kan leven. Ik ben assertiever. Las vakantie in. Ik nodig terug vrienden uit, zonder het als ‘gedoe’ te zien. Voel me niet meer om alles schuldig. Als ik geen zin heb om mee te gaan, wring ik me niet meer in 80 bochten, maar zeg ik eerlijk dat het vandaag niet zal lukken, dat ik geen goesting heb. Mensen begrijpen dat. Ik voel me steeds meer terug een persoon, iemand die in de wereld is, die meetelt. Die zich niet de hele tijd aanpast aan de anderen. Iemand die zorg kan dragen voor de anderen.

Terug meer licht in't leven.
Terug meer licht in’t leven.

2015 was een kanteljaar. Ik pakte voor het eerst mijn donkere suikerspinnen aan. Het lege ‘Tik Tak’-ventje dat ik in januari was, slorpte in de loop van het jaar langzaam limonade op en is nu bijna terug volledig oranje. Oranje met ‘Periodekes’, natuurlijk. Maar die ‘Periodekes’ horen bij mij. Die heb ik aanvaard.

Slorp, slorp... Langzaam terug oranje.
Slorp, slorp… Langzaam terug oranje.

Voor 2016 wens ik iedereen een warme omgeving die je problemen signaleert nog voor je ze zelf ziet. Lange gesprekken bij een kop koffie. De moed om hulp te zoeken. Tijd. Zelfvertrouwen. Véél zorg, voor je planten, je dieren, je spullen, jezelf en je naasten. Géén zorgen. Maar bovenal: veel plezier. En het avontuur (hoe klein of groot dat avontuur ook is).

Eva Mouton - mandarijn
Voor 2016: veel plezier. En bovenal: het avontuur!

Create a free website or blog at WordPress.com.

Up ↑